Waarom lees je dit?
Op de universiteit en hogeschool krijgen studenten opdrachten waarbij ze veel moeten lezen. Maar niet alles wat je leest, is even relevant voor het vak dat je volgt of de opdracht die je moet uitvoeren. Hoe kun je op zo’n manier lezen dat je de informatie die je nodig hebt, snel vindt en goed kunt gebruiken? Bij deze opdracht oefenen leerlingen met het inzetten van verschillende strategieën hiervoor.
- Nederlands, Aardrijkskunde, Geschiedenis, Maatschappijleer, Economie / M&O
- 6 vwo, 5 vwo, 4 vwo
- Leesvaardigheid
- 20–40 minuten
Leerdoelen
- Specifieke doelen stellen: leerlingen kunnen expliciet benoemen wat ze willen weten voordat ze een tekst gaan lezen.
- Scannen en skimmen: leerlingen kunnen de tekst snel doorlopen (scannen) en de belangrijkste informatie of relevante secties identificeren (skimmen).
- Selectief lezen: leerlingen kunnen relevante delen van de tekst volledig lezen die direct antwoord geven op hun vragen of informatiebehoeften.
Wat ga je doen?
Deze werkvorm bestaat uit drie deelopdrachten die ieder ongeveer een half uur duren. Bij de eerste opdracht geef je leerlingen een bijsluiter van aspirine. Hier stel je een paar vragen over, bijvoorbeeld of kinderen jonger dan 3 jaar dit mogen slikken. Leerlingen zullen intuïtief de tekst gaan scannen.
Bij de tweede opdracht gaan leerlingen een langere tekst scannen; ze bekijken alleen de kop, intro, tussenkoppen, tabellen en andere dingen die in het oog springen. Wat kunnen ze daarna vertellen over de tekst?
Tot slot gaan leerlingen aan de slag met het formuleren van vragen over een tekst. Eerst scannen ze weer, dan formuleren ze vragen waarvan ze denken de antwoorden in de tekst te vinden.